vrijdag 6 september 2019

Ondanks de zwaartekracht


Opnieuw las ik een boek van Suzanna Jansen. Haar nieuwste boek, Wael, was toptitel bij onze bibliotheek. Het trok mijn aandacht en het bleek een heel boeiend verhaal. (Lees hier mijn recensie). Toen ik het uit had, hoorde ik dat de schrijfster binnenkort naar Naaldwijk komt voor een lezing. Dat bracht mij ertoe om direct nóg maar een boek van haar te lezen. Omdat haar bestseller, Het pauperparadijs, niet direct beschikbaar was, koos ik voor Ondanks de zwaartekracht.  Ook dit boek heb ik van begin tot eind met veel genoegen gelezen.





De patatsnijmachine. Met dat beeld begint het boek. Op de middelbare school vragen leerlingen zich af: gaan wij een standaardopleiding volgen zonder risico’s of durven wij onze dromen te volgen en kiezen wij voor iets buiten de veilige kaders? Dat beeld zien we terug bij de drie hoofdpersonen in het boek. Ieder mens heeft ambities. Durven we die na te streven of kiezen we voor de gebaande weg? Die vaak ook de weg van de minste weerstand is.

De verteller van het verhaal, de schrijfster zelf, kijkt vanuit een kraakwoning op de elfde verdieping van een kantoortoren langs de A10, uit over Amsterdam.  Aan de ene kant de binnenstad, met bekende plaatsen vanuit een heel ander perspectief. Door de ramen aan de andere kant kijkt ze uit over de westelijke tuinsteden, alle even regelmatig geordend en ingericht. Woonblokken en straten als op ruitjespapier getekend. Ze gaat op zoek naar degene die deze wijken ontworpen heeft. Het gaat om Cornelis van Eesteren (1897-1988), die op zoek gaat naar meer uitdaging dan hij in het aannemersbedrijf van zijn vader in de Alblasserwaard kan vinden. Hij studeert in binnen- en buitenland, ontmoet interessante mensen, maakt kennis met de futuristische stroming en ontwikkelt zo zijn eigen visie op stedenbouw. Niet de traditie is bepalend, maar functie en logica van een bouwwerk. Het leven en werk van Van Eesteren wordt op een boeiende manier beschreven, met al zijn ups en downs.

De tuinstad Slotermeer, waar de schrijfster (geboren in 1964) opgroeide, was gebouwd volgens het ontwerp van Van Eesteren. Een wijk van uniforme woonblokken, doorsneden met kaarsrechte wegen, met plaats voor auto’s, fietsers, voetgangers en openbaar vervoer. En groenstroken met speeltuintjes en bloemenperken. Maar midden in die wijk (tegenover een bushalte, vlakbij de basisschool) was iets wat er uitzag als een winkel. Compleet met etalage. Daar was de balletschool van Steffa Wine. Een houten poppetje verbeeldde een danseresje. Dat intrigeerde de jonge Suzanna. Ze staat er regelmatig naar te kijken en bij te fantaseren. Het paste niet zo in die keurig geordende, beetje fantasieloze wijk. De persoon van Steffa Wine (1913-1991) laat de schrijfster niet los. En daarom gaat ze voor dit boek op zoek naar informatie over haar. Ze spreekt onder andere met Steffa's dochter en doorzoekt allerlei archieven. Zo vormt zich een interessant beeld van deze bijzondere vrouw. Wie was zij, met wie had zij contact, hoe verging het haar in de oorlog en verder. Ook zij had een droom en ambities.

De schrijfster zelf probeert uit alle macht háár droom (balletdanseres worden) te realiseren. Met de beperkte middelen thuis (les nemen bij Steffa Wine was onhaalbaar) doet ze haar best. Zelfs als dit fysiek het uiterste van haar vergt. Geen mogelijkheid laat ze onbeproefd, ze is een echte doorzetter.


Drie mensen die een droom hebben, meer uit het leven willen halen dan de standaard (denk aan de patatsnijmachine). Suzanna Jansen beschrijft in één boek de levensloop van deze drie personen. Dat doet ze op een heel knappe en aansprekende manier. Telkens met goede cliffhangers, zodat je wilt blijven lezen. Dat ze bij haar onderzoek niet over één nacht ijs is gegaan, bewijzen de negen pagina’s met bronnen. Het maakt mijn respect voor haar prestatie alleen maar groter.

Ondanks de zwaartekracht verscheen in 2017 bij Uitgeverij Balans in Amsterdam. Het boek telt 271 pagina’s en bevat 16 pagina’s met foto’s en illustraties. ISBN 978 94 600 37610.

Er staat een interessant interview met de schrijfster op lezen.tv. Bekijk het hier.

maandag 12 augustus 2019

Wael


In het Nederlands Dagblad van vrijdag 2 augustus las ik een gesprek met Suzanne Jansen over haar nieuwste boek, Wael. Ondertitel: Het verhaal van een jongen uit Syrië. Mijn belangstelling was gewekt en ik heb het boek direct de volgende dag meegenomen uit de bibliotheek. Ik heb het in één ruk uitgelezen.

Op het moment dat Jansen hem ontmoet,  studeert de dan 26-jarige Wael informatica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Tussen de colleges door voert Jansen gesprekken met hem in de aula. Wael vertelt aan Jansen zijn levensverhaal. Zij heeft geprobeerd de lezer het gevoel te geven dat het Wael zelf is die zijn verhaal vertelt. Naar mijn mening is ze daar uitstekend in geslaagd.



Het verhaal begint in 2011 in Homs. Wael is dan 19 jaar en student. Daardoor hoeft hij (nog) niet het leger in. Hij is een zelfstandige jongeman, die het wel lijkt te gaan redden. Eigen appartement, naast zijn studie een baantje, verliefd op Haya met wie hij wil gaan trouwen. Maar dan breekt in Homs de revolutie uit. Er zijn protesten, die op den duur uit de hand lopen. Er wordt gevochten tussen regeringstroepen en de oppositie. Alles verandert. Wael raakt zijn baan kwijt. En hij raakt betrokken bij de revolutie. Vechten wil hij niet, daarom gaat hij helpen bij het Rode Kruis. Hij maakt verschrikkelijke dingen mee, maar probeert te overleven. Tot hij op een dag niet langer vrijgesteld wordt voor het leger. Hij voelt zich niet veilig meer in eigen land en besluit te vluchten.

Via Egypte komt hij in Libië terecht. Hij probeert daar weer aan de slag te gaan. Heeft ook veel contact met andere vluchtelingen. De situatie in Libië is allerminst veilig. Nadat voor de derde keer vlakbij zijn appartement een autobom ontploft besluit hij toch maar overzee naar Europa te vluchten, hoewel hij daar vreselijk tegenop ziet. Het wordt een gevaarlijke reis, met enorm veel hindernissen. Maar uiteindelijk belandt hij in Nederland en komt zijn leven weer in wat rustiger vaarwater. Hoewel ook daar nog heel wat gebeurt voordat het zo ver is. Maar ik ga hier niet het hele boek onthullen. Ik zou zeggen: lees het zelf. Van harte aanbevolen!

Ik vond het boeiend om het verhaal van Wael te lezen. Je ziet vluchtelingen lopen in het dorp, in de bibliotheek en op het station, maar hun verhaal hoor je vaak niet. Ik schreef: boeiend, maar eigenlijk is dat niet het goede woord. Aangrijpend is het om te lezen wat vluchtelingen als Wael allemaal moeten doorstaan. In het land waar ze wonen, onderweg en zeker op gammele bootjes met velen midden op zee. Het is wel erg goedkoop om over opportunistische gelukzoekers te spreken.

Suzanna Jansen (bekend van de bestseller Het pauperparadijs) heeft het verhaal van Wael met veel gevoel opgetekend. Het boek leest als een trein. Natuurlijk komt dat ook door de inhoud, maar de manier van vertellen is niet minder belangrijk. Ik ga binnenkort zeker nog eens een boek van haar lezen. En op donderdag 12 september komt zij naar Bibliotheek Westland in Naaldwijk! Met een verhaal over het belang van taal en onderwijs. In de Week van de Alfabetisering.

Het hierboven besproken boek, Wael, van Suzanna Jansen, verscheen in 2019 bij Uitgeverij Balans. Het boek telt 174 pagina’s, ISBN 978 94 600 39874.

Lees hier het artikel in het Nederlands Dagblad.

maandag 22 juli 2019

De trooster


Aan het begin van onze vakantie las ik het boek De trooster, geschreven door Esther Gerritsen. Het boek stond al langere tijd op mijn lijstje, vanwege lovende recensies en nadat ik een interview met de auteur gelezen had in Dichterbij. En ook omdat de titel van het boek, dat lange tijd bij de toptitels in de bibliotheek lag, mij intrigeerde.

Ik heb het boek twee keer gelezen. Er zit zo veel in, zo veel ook om van te genieten, dat dit geen verspilde tijd was. Ik vond het een mooi boek, met stof om erover door te denken.


Het boek heeft twee hoofdpersonen: Johan, de conciërge van het klooster, een man met een mismaakt gezicht en Henry Loman, een gesjeesde politicus met een mislukt gezinsleven, op zoek naar rust. Als Henry aankomt bij het klooster voor een retraite, is de gastenbroeder niet in de buurt en moet Johan de honneurs waarnemen. Ondanks dat hij zich minderwaardig voelt (“ik ben maar een klusjesman en heb geen zin in ingewikkelde gesprekken”) ontstaat er vanaf de eerste ontmoeting een wervelende dynamiek tussen de beide mannen. Johan wordt geboeid door de nieuwe gast, zijn zoektocht en zijn problemen. Henry geeft de voorkeur aan Johan boven de gastenbroeder en de prior, en vraagt hem het hemd van het lijf.
Beiden zijn op een bijzondere manier tot elkaar aangetrokken en voeren hele gesprekken. Over het leven en over inhoud en zin van het geloof. Het verhaal speelt voor een belangrijk deel in de stille week, waarin de laatste dagen van het leven van Jezus de aandacht vragen. Zijn lijden en sterven. De symboliek van dat gebeuren stempelt ook de gesprekken. Dat klinkt misschien zwaar, maar het boek leest als een trein. Al is enige Bijbelkennis wel nodig is om sommige dingen te begrijpen.
Er zijn ook andere personen in het boek. De broeders van Johan, de vrouw en de dochter van Henry. En dan is er Annelie, een mysterieuze vrouw die ook als gast in het klooster verblijft. Zij spelen allemaal hun eigen rol, maar altijd in relatie tot de twee hoofdpersonen.

Wat maakt dit boek nou zo bijzonder? Ik denk: meerdere aspecten. Het mooiste vond ik wel om te zien hoe twee mensen die met elkaar in contact komen en oprecht in de ander geïnteresseerd zijn, elkaar kunnen beïnvloeden. En over eigen grenzen heenstappen. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat Johan mee zou gaan naar een paasvuur (met popverbranding)? En dat hij, in plaats van de droefheid die behoort bij de lijdensweek, wel kan dansen en springen omdat hij met andere ogen naar de dingen kijkt? En Henry, die alles wat er in het klooster gebeurt probeert te begrijpen. Hoe werkt dat met schuld, inkeer en berouw? Is er ook voor hem vergeving?

De titel van het boek is goed gekozen. Twee mannen met diepe sympathie voor elkaar proberen elkaar te troosten. Door er te zijn voor de ander. Door te wijzen op dingen die boven de omstandigheden uitgaan. Tegelijk is het moeilijk om op de bodem van iemands hart te komen. Het slot zit aan de binnenkant.

In de Bijbel wordt de heilige Geest de Trooster genoemd (Johannes 16). In nieuwere vertalingen heet hij de pleitbezorger of de helper. De Geest (van God) geeft ons inzicht in de wezenlijke dingen van het leven. En kan ons troosten zoals geen mens dat kan. Hij verandert mensen die zich hiervoor openstellen.
Mooi als mensen iets van die Geest laten zien in hun leven. Zoals Jacob in dit boek. Als je er oog voor hebt zie je het ook in je eigen omgeving, ja ook in je eigen leven, gebeuren.

Lees hier het interview met Esther in Dichterbij.

Lees hier wat Marnix Verplancke bij De Leesclub van Alles over dit boek schreef.


Ik las: De trooster. Auteur: Esther Gerritsen. In 2018 verschenen bij De Geus BV, ISBN 9789044540147, 211 pagina’s.


De trooster

donderdag 10 januari 2019

De madonna van Saronno


Waarom ik het boek destijds op mijn verlanglijst had gezet, weet ik niet meer. Het heeft ook even geduurd voordat ik het daadwerkelijk ging lezen. Maar het was zeker de moeite waard. Een mooie roman over een geschiedenis in Italië in het begin van de 16e eeuw.  Met een hoofdrol voor de schilder Bernardino Luini, die leefde van 1482 tot 1532.

Simonetta di Saronno zit bij het raam van haar kamer boven in haar huis, de villa Castello, even buiten het stadje Saronno. Ze is de jonge weduwe van Lorenzo, met wie ze al op 13-jarige leeftijd trouwde. Deze Lorenzo is volgens zijn wapenknecht Gregorio gesneuveld in de oorlog bij Pavlo, hoewel zijn lichaam nooit is gevonden.
De weduwe moet de villa en de bijbehorende binnenplaats met amandelbomen onderhouden, maar dan blijkt dat haar echtgenoot op veel te grote voet heeft geleefd. Ze ontmoet in de plaatselijke kerk de schilder Bernardino Luini, een leerling van de grote Leonardo da Vinci. Hij heeft de opdracht in de kerk een schildering te maken. Als hij Simonetta ziet, is hij diep onder de indruk en wil hij haar als model. Na lang nadenken stemt ze uiteindelijk, door haar omstandigheden gedwongen, met dit verzoek in.

De kerk van Saronno


Ik zal de verleiding weerstaan om al te veel van het verhaal prijs te geven. Er gebeurt van alles. Een joodse zakenman wordt ingeschakeld om de financiële problemen van Simonetta op te lossen. Bernardino wordt verliefd op de weduwe, maar zij durft zich niet aan hem te geven. Als iemand hen op een dag hevig zoenend aantreft in de kerk, wordt Bernardino gedwongen de stad te ontvluchten. Hij belandt in een klooster in Milaan, waar de abdis goede gesprekken met hem heeft en hem ontdekt aan de nog steeds aanwezige liefde voor Simonetta, Er blijkt nóg een relatie te bestaan tussen het klooster en de kerk in Saronno.

Het verhaal wordt af en toe onderbroken door een andere verhaallijn. Over een grootmoeder en haar kleindochter, die een totaal verwilderde man in het bos aantreffen, die zijn spraak heeft verloren en ook zijn geheugen. Ze verzorgen hem met liefde en stukje bij beetje komt hij weer terug in de wereld.

Hoe dit afloopt? Lees het zelf, zou ik zeggen. Het verhaal leest als een trein. En als tenslotte de beide verhaallijnen bij elkaar komen, is de ontknoping uitermate verrassend.



Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Leuk, omdat het boek in Italië speelt. Wie weet kunnen  we in onze nog te boeken zomervakantie een aantal schilderingen van Luini bewonderen. En boeiend omdat het gaat over personen (een aantal), die werkelijk geleefd hebben en die je kunt opzoeken op Wikipedia.

De schrijfster van het boek, Marina Fiorato, werd geboren in Engeland als dochter van een Engelse moeder en een Italiaanse vader. Het boek is uit het Engels vertaald door Nini Wielink.

De madonna  van Saronno is in 2009 verschenen,  zowel in London als in Amsterdam bij Artemis & co. Het boek telt 335 pagina’s. ISBN 978-90-472-0109-0.

dinsdag 30 oktober 2018

Als ik mijn ogen sluit

In augustus vorig jaar las ik voor het eerst een boek van Elisabeth Musser, getiteld Sinds ik jou ken (klik hier voor de recensie). Dit jaar verscheen een nieuw boek van deze auteur en dat heb ik nu gelezen. De titel van deze roman is Als ik mijn ogen sluit. Ook dit boek heb ik met veel genoegen gelezen.

De inhoud.
In hoofdstuk 1 maken we kennis met Henry. In een stadje in North Carolina volgt hij een vrouw die naar haar auto loopt. Het gaat om de succesvolle schrijfster Josephine Bourdillon. Henry heeft (als huurmoordenaar) de opdracht om deze vrouw neer te schieten. Met het geld dat hij daarmee verdient kan hij de dure hartoperaties van zijn zesjarige zoontje Jase betalen.
Maar Henry faalt in zijn opdracht! Zijn slachtoffer draait zich op het laatste moment om. Wel raakt ze zwaargewond en komt in het ziekenhuis te liggen. Een hele tijd ligt ze in coma.

Wonderlijk genoeg krijgt Henry toch zijn geld voor deze klus. Zoon Jase wordt in hetzelfde ziekenhuis opgenomen waar Josephine verblijft. De wegen van Henry en zijn vrouw kruisen hier die van de familie van Josephine. Met name haar dochter Paige krijgt een goed contact met Henry en Jase.

Beide partijen lopen met veel vragen rond. Wie zit er achter de moordaanslag op deze zo op handen gedragen schrijfster? Zijn er uit het verleden (en in de overvloedige hoeveelheid fanmail) aanwijzingen te halen? En Henry: waarom kreeg hij zijn geld hoewel hij jammerlijk faalde? Moet hij nu zijn karwei nog afmaken?

Henry raakt geïnteresseerd in zijn slachtoffer en begint boeken van Josephine te lezen. De thema’s waarover zij vaak schrijft (vergeving en verzoening) krijgen zijn interesse en leveren nieuwe vragen op. Hij doet er alles aan om van de schrijfster zelf antwoord te krijgen.
Het verhaal krijgt in het laatste deel een bizarre ontknoping. Alle vragen krijgen een afdoende antwoord, maar heel anders dan je zou verwachten.



Mijn oordeel.
Het boek is met vaart geschreven. De leesbaarheid (en spanning) wordt erg vergroot doordat beurtelings vanuit het perspectief van de verschillende hoofdpersonen wordt geschreven. Deze afwisseling maakt het moeilijk om het boek weg te leggen. Je wilt weten hoe het verder gaat.
Ik verbaas mij er altijd weer over hoe iemand een boek kan schrijven. Hoe zorg je ervoor dat alles op de juiste plek valt en dat je steeds weer nieuwe dingen laat gebeuren zodat het verhaal blijft boeien? Dingen die je al veel eerder had kunnen vertellen, maar tot dat ogenblik bewaart. Ik vind het ongelooflijk knap zoals Elisabeth Musser dit doet.

Als ik mijn ogen sluit is in Nederland uitgegeven bij Voorhoeve (in een vertaling van Hella Willering) en telt 350 pagina’s. ISBN 978 90 297 2689 4.
x

dinsdag 18 september 2018

Pretty Boy


Via Twitter las ik een recensie van Kim over de thriller Pretty Boy, geschreven door Ingrid Oonincx. Een boek dat ik normaal gesproken misschien niet zo snel gekozen zou hebben, maar de recensie pakte me. Het bleek een goede keuze te zijn. Het boek leest als een (snel)trein, als je eenmaal begonnen bent kun je het bijna niet meer wegleggen. De vaart blijft erin tot aan de laatste, verrassende, pagina.

Pretty Boy vertelt het verhaal van Jack en Hannah. Zij wonen met hun drie kinderen op een verlaten boerderij, aan het einde van een stil weggetje in de plaats Doodeind, op de grens van Noord-Brabant en België. Jack is ooit vanuit Canada naar Nederland gekomen, maar over zijn verleden heeft hij nooit veel losgelaten.
Het verhaal van Jack en Hannah wordt afgewisseld met hoofdstukken over Billy Jones, zijn moeder en broertje Bird. Dat verhaal speelde 13 jaar eerder in het plaatsje Truth of Consequences in de Amerikaanse staat New Mexico.
Twee heftige verhalen, het verband ertussen wordt in de loop van het boek steeds duidelijker.

Max, de zoon van Jack en Hannah, is autistisch. Net als zijn evenoude vriendje Tommie, die vlakbij woont. Als Tommie na een barbecue party van beide gezinnen spoorloos verdwijnt, raakt iedereen in paniek en vliegen verwijten over en weer. Vooral het gedrag van Jack valt op: hij vlucht in de drank en de afzondering. De gebeurtenissen volgen elkaar daarna snel op en nemen dramatische vormen aan. De beide verhaallijnen komen samen en dat geeft nóg meer dynamiek aan het verhaal. Het blijft spannend tot het einde. Het loopt gelukkig betrekkelijk goed af. Je denkt dat het klaar is. En dan geeft de schrijfster nog één keer een draai aan het verhaal, waardoor je nog een poosje sprakeloos met het boek in je handen blijft zitten ….



Ingrid Oonincx heeft met Pretty Boy mij ongelooflijk weten te boeien. Ik noemde al de vaart, de spanning, een echte page-turner. Dit is zeker niet het laatste boek wat ik van haar lees.

Pretty Boy is in 2018 verschenen bij De Crime Company, ISBN 978 946109 327 1. Het boek telt 253 pagina’s. Ik las het als e-book via de Bibliotheek.

Lees hier de eerder genoemde recensie van Kim.

maandag 9 juli 2018

Winter in Gloster Huis


Euthanasie. Uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Pil van Drion. Voltooid leven. Levenseindekliniek. Ziedaar in een notendop enkele termen uit een maatschappelijke en politieke discussie van de afgelopen jaren. Naar mijn waarneming is het na de vorming van het kabinet Rutte-III weer even wat rustiger. Al kan schijn bedriegen natuurlijk.

Terwijl die discussie gaande was, verscheen in 2015 het boek Winter in Gloster Huis. Auteur Vonne van der Meer haakt in dit boek aan bij deze thematiek. Ze laat zien hoe er verschillend gereageerd kan worden op de wens (of maatschappelijke druk) van een zelfgekozen levenseinde. Óf je gaat erin mee, óf je spant je in om het laatste deel van het leven zo prettig mogelijk te laten verlopen.



Het boek speelt in 2024. De ‘Klaar-met-leven-wet’ is aangenomen. Mensen hoeven niet tegen hun wil in leven gehouden te worden. Na het overlijden van hun vader worden Richard en Arthur, de hoofpersonen van dit boek, verrast door een grote erfenis. Hun vader heeft in het verleden een keer een zakje diamanten gevonden. Met het bedrag van de erfenis willen de broers iets nuttigs gaan doen.

Richard, de zakenman, koopt een mooi terrein aan een meer en bouwt daar een hotel. Een Vaarwelhotel. Waar mensen van boven de 80 op een ‘waardige’ manier het leven kunnen verlaten. Ze worden met alle comfort omringd, het uur van overlijden wordt bepaald en voorbereid en dan is het zo ver. Het lijkt zo mooi allemaal.

Arthur, werkzaam als psychiater/psycholoog verzorgt vaak mede de intake voor het Vaarwelhotel. Het valt hem op dat niet iedereen ervan overtuigd is te willen sterven. Eenzaamheid en gevoel van overbodigheid kunnen een rol spelen. Hij laat een huis bouwen aan de andere kant van het meer. In eerste instantie ontvoert hij iemand bij wie hij twijfels heeft. De persoon krijgt geen dodelijk drankje,  maar slechts een slaapmiddel. Als ze weer wakker wordt, is ze aan de overkant. Ze denkt dat ze gestorven is, denkt dat de mensen om haar heen engelen zijn en geniet van hetgeen deze engelen haar aanbieden: lekker eten, muziek, wandelen, voorlezen.

Natuurlijk blijft het niet bij deze ene dame.  In een later stadium laten de broers de mensen kiezen in welk huis ze willen worden opgenomen. Lees het boek zelf om te zien hoe het verder gaat. Er zit een mooie symboliek in de naam van het huis van Arthur: het Gloster Huis. Gloster is een figuur uit een stuk van Shakespeare (King Lear), die denkt zelfmoord te plegen, maar door zijn zorgzame vrienden daarvoor wordt behoed.

Wie steeds maar hoort
dat hij deel uitmaakt van een plaag
gaat dromen van zijn eigen einde.

Het boek heeft me erg aangesproken. Wat kun je met liefde, aandacht en betrokkenheid veel voor mensen betekenen. Ook al kun je zijn problemen misschien niet oplossen, je kunt het leven wel draaglijker maken. En bijna niemand hoeft meer echt pijn te lijden, dankzij goede palliatieve zorg. Het heeft mij gesterkt in mijn overtuiging dat wij niet het recht in eigen hand moeten nemen door zelf ons levenseinde te bepalen. Ons leven is in Gods hand en wij hebben de opdracht om onze naasten waar dat kan bij te staan. Zeker ook als het naar het einde gaat.

Winter in Gloster Huis is geschreven door Vonne van der Meer. Het is in 2015 uitgegeven bij Atlas Contact en telt 139 pagina’s. ISBN 978 90 254622 2.